Bezoek U.Z. Gent

Verslag: bezoek Universitair Ziekenhuis U.Z.

 

Op dinsdag 17 december bezochten we het U.Z.

We kregen een algemene uiteenzetting over de werking van het ziekenhuis en daarna meer uitleg over het brandwondencentrum.

 

Het UZ Gent is met ruim 3.000 patiënten per dag en meer dan 6000 medewerkers een van de grootste en meest gespecialiseerde ziekenhuizen in Vlaanderen. Patiënten kunnen er terecht voor een volledig aanbod van hooggespecialiseerde, kwalitatieve zorg. Het ziekenhuis beschikt hiervoor over uitgebreide voorzieningen en 1062 bedden voor eendaagse en meerdaagse opnamen. In de zorgverlening staan kwaliteit en klantvriendelijke dienstverlening centraal. Als universitair centrum investeert het UZ Gent ook in wetenschappelijk onderzoek​ en opleiding​. Daarvoor werkt het ziekenhuis nauw samen met de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. Artsen en artsen/specialisten worden er opgeleid en onderzoekers werken in tal van diensten aan nieuwe technieken voor diagnostiek en behandeling.

De ziekenhuiscampus wordt momenteel ingrijpend verbouwd. Het UZ wil tegen 2020 een moderne, toegankelijke en duurzame ‘Health Campus‘ zijn die beantwoordt aan de noden van alle gebruikers.

 

 

Het kinderziekenhuis “Prinses Elisabeth” werd twee jaar geleden ingehuldigd. Er zijn in het ziekenhuis 36 verpleegeenheden.

Van de 6.000 personeelsleden werken er 2.000 op hetzelfde moment.

Het ziekenhuis is bekend om de transplantaties, de afdeling neo-natalogie, het nieuwe revalidatiecentrum, het brandwondencentrum en de dienst palliatieve zorgen. Ook nieuw is de brug voor patiëntenvervoer die door de campus loopt:

u1

De campus is op dit moment een bouwwerf. Er worden nieuwe gebouwen voorzien voor de polikliniek en er worden parkeer- en groenzones aangelegd.

Het brandwondencentrum bevindt zich op: P8, eerste verdieping en is bereikbaar op het nummer: tel 09 332 34 90.

Het werd opgericht in 1985 en telt 6 bedden voor intensieve zorgen.

 

Patiënten op het brandwondencentrum worden behandeld door een multidisciplinair team van medici en paramedici:

 

Plastische chirurgen

Anesthesisten

Pediaters

Fysiotherapeuten

Psychiaters

Consulenten

 

De paramedici kunnen zijn:

 

Verpleegkundigen

Psychologen

Kinesitherapeuten

Ergotherapeuten

Sociaal verpleegkundige

Diëtiste

 

We kregen uitgebreide uitleg over de soorten brandwonden en de oorzaken. Aan de hand van beelden konden we de behandeling van de wonden volgen. Bij brandwonden geldt algemeen:

 

Eerst water, de rest komt later!

 

Lauw water op de brandwonde gedurende de eerste 20 minuten zorgt ervoor dat de wonde minder diep wordt, en dat er dus ook minder littekenweefsel kan gevormd worden, het is bovendien pijnstillend. Daarna kan er een vetverband, plastiekfolie of handdoek rond de wonde geplaatst worden voor men naar het ziekenhuis gaat.

 

Wat leerden we nog?

1. Ernst van de brandwonde

Diepte

Algemeen

De dieptegraad is afhankelijk van:

  • temperatuur van het agens (= de stof die brandwonden veroorzaakt)
  • duur van de blootstelling
  • leeftijd: bejaarden en kinderen hebben een dunnere huid
  • lokalisatie op het lichaam: de huid is dikker t. h. v. handpalm, voetzool en de rug, met op die plaatsen vaak minder diepe verbranding.

Indeling

Sinds meer dan 30 jaar wordt de klassieke indeling in 3 graden vooropgesteld. Tegenwoordig spreekt men ook van oppervlakkig (“superficial”or “partial thickness”) of diep (“full thickness”); de eerste genezen spontaan, de tweede vereisen chirurgische behandeling.

 

Fig. 1 : Brandwonden indeling in 3 graden.

u2

Fig. 2 : LDI (Laser Doppler Imaging).

u3

Een schatting van de diepte van de brandwonde gebeurt vooral op basis van het klinisch aspect en via het testen van de gevoeligheid (pin-prick test) en de vasculariteit (refill-test) van de verbrande huid. (als je in je huid knijpt moet die zich vlug weer herstellen)
Met Laser Doppler Imaging (Fig. 2) waarbij de flux van de huiddoorbloeding nauwkeurig wordt geregistreerd, kan de dieptegraad van de brandwonde nog beter geobjectiveerd worden.

Eerstegraads brandwonde (epidermale brandwonde)

anatomisch: alleen beschadiging van het epiderm
kliniek : hevige pijn;
droog erytheem zonder blaren (Fig. 3)
genezing : spontaan, binnen enkele dagen en zonder litteken

u4

Graad 1 brandwonde.

 

Tweedegraads brandwonde (dermale brandwonde)

tweedegraads brandwonden zijn altijd pijnlijk en typerend is de aanwezigheid van blaren

u5

 

Oppervlakkige graad 2 brandwonde.

u6

Diepe graad 2 brandwonde.

 

Derdegraads brandwonde (volledig huiddikte brandwonde)

u7

Graad 3 brandwonde.
Derdegraads brandwonden zijn pijnloos door vernietiging van de zenuwuiteinden.

2. Uitgebreidheid

De uitgebreidheid of omvang van de brandwonde wordt uitgedrukt als het percentage van het totale lichaamsoppervlak dat tweede- of derdegraads verbrand is: het “% TBSA” (total body surface area).

Voor het vaststellen hiervan wordt, bij patiënten ouder dan 15 jaar, gebruik gemaakt van de zgn. “Regel van 9″ van Wallace. Het lichaam wordt hierbij ingedeeld in zones die 9% of een veelvoud van 9% van het lichaamsoppervlak innemen.

u8

Regel van 9 (Wallace)

Een gemakkelijke vuistregel is dat een handpalm (met de vingers bijeengehouden) overeenkomt met ongeveer 1% van het lichaamsoppervlak. Dit is uiteraard een ruwe schatting. Er bestaan echter nauwkeuriger formules en schema’s waarbij het oppervlak van de verschillende lichaamsdelen wordt berekend in functie van de leeftijd.
Bij het kind is het hoofd relatief veel groter en kan het ten opzichte van de rest van het lichaam, b.v. op 1 jarige leeftijd, tot 19% van de TBSA bedragen.

Bij het registreren van de verbrande zones moet behalve de lokalisatie ook een onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende dieptegraden.
Fig. 8 toont aan hoe op een eenvoudige manier zowel de plaats als de diepte van de brandwonden kunnen aangeduid worden in het dossier.

u9

Registratie van lokalisatie en diepte van de brandwonde

3. Ernst en prognose

De ernst en de prognose van een verbranding is voornamelijk afhankelijk van:

  • het % TBSA
  • de diepte van de brandwonden
  • de leeftijd van de patiënten
  • de eventuele geassocieerde luchtwegverbranding

 

 

Ook de nazorg is belangrijk. Door thuisverpleging, het goed hydrateren van de huid, het dragen van drukkleding kan men littekens voorkomen.

In het centrum heeft men ook mogelijkheid om littekens te laten behandelen en is er ook psychologische bijstand. Men kan geholpen worden bij de re-integratie in de maatschappij en men kan in contact komen met lotgenoten.

 

 

Besluit: het bezoek aan het U.Z. en de uitleg over het brandwondencentrum sloot heel goed aan bij de lessen Gezondheid over het ziekenhuis en wonden.

 

4 Verzorging