10
Okt
2018

2 Nijverheid B naar de Kapelleberg

by admin | no comments | Schoolactiviteiten 2018-2019

Nou, we hebben echt wel geluk met het weer. Het is bijna 20°, de zon straalt, en de kleuren van de bomen zijn prachtig. Een ideaal klimaat om te wandelen naar onze eigen gemeente.

Sint-Amandsberg.

Sint-Amand kennen we, dat is toch die Franse kerel die ons hier heeft gekerstend? Heeft hij ons goed liggen gehad, 1600 jaar geleden! Hij stichtte de abdijen in Gent, en daaromheen zijn dan dorpen ontstaan, die dan weer aaneen groeiden tot een stad: Gent.

Iedereen hier denkt dat hij zijn dorp kent, maar dat is dus niet waar! Er zijn hier veel geheime plekjes en hoekjes, waar je nog nooit van gehoord hebt.

Wist je dat Jef Crick een schrijver was? Ik heb op mijn zolder nog een boek van hem liggen. Ik denk niet dat nog veel mensen zijn boeken lezen. Maar dankzij de straat blijft zijn naam bestaan. De jongens van de klas liepen netjes in de rij. Streng zijn! Orde! Controle. Zoniet krijg je problemen op straat. Het ging allemaal prima, en we hadden een juf mee, die de achterhoede vormde.

Tegen dat we de straat uit waren had meneer Dhoore al verteld over: vulkanische stenen (300 miljoen jaar oud, Quinten herinnerde het zich), rijhuizen, oude villa’s, het moeras achterin de tuinen, muurankers, …stel je voor, tien verhalen op honderd meter.

Je moest niet proberen om te dromen of niet te luisteren. De leraar stelde op elke straathoek vragen. En ze telden toch wel mee voor het rapport zeker? Een mondelinge toets, is zo gefikst. De meeste leerlingen konden prima antwoorden.

In de Heiveldstraat staat een heel grote villa. Hij ziet er nieuw uit, maar hij is eigenlijk meer dan een eeuw oud. Hoe kan dat nou? Dat komt doordat de eigenaars het huis met liefde hebben gerestaureerd. Ze hebben al het schrijnwerk hersteld, de daken, de kamers…zelfs hebben ze een verprutst venster hersteld in de oude toestand. We hebben geluk, de eigenaar liet ons bereidwillig op de tuin komen om de zijkant van het huis te zien. Een klein duiventorentje ziet er nog uit zoals het was: versleten, verweerd. Dat gaan ze nog herstellen. Het is een groot huis, maar de dame woont hier met drie kinderen (die al volwassen zijn, denk ik). Ze zitten dus in een soort kangoeroewoning…

We vervolgen onze weg. Overal weet meneer Dhoore iets te vertellen. We leren dat die toegemetste ramen eigenlijk dienden om de belastingen te vermijden. Je moest per venster een belasting betalen! Je moest betalen voor een hond! Voor een balkon! Voor een oprit in je tuin! Voor alles moest je betalen! Een fiets!

In het park doen we een loopwedstrijd. Ik denk dat Bozhidar gewonnen is, hij is de snelste. Hij gaat er als een raket vandoor! Je ziet hem bijna niet: een streep!

Ha, eindelijk zijn we op de Kapelleberg. Hiervoor moeten we de Antwerpsesteenweg oversteken. Die grote weg liep van Gent naar Antwerpen. Maar vroeger was er nog een ouder wegje, dat is nu een smalle straat, de Achterstraat. Kan je je voorstellen dat dit ooit de grote weg naar Antwerpen was?

De heuvel waar we nu op staan is 19 meter hoog. Vroeger moet hij hoger geweest zijn. Mensen hebben er zand afgehaald voor allerlei doeleinden. Bovenop de top staat een kapel. Die is meer dan 2 eeuwen oud. Overal zijn grafmonumenten. Als we op het kerkhof zijn vragen sommige kinderen waar de doden nu liggen. In die monumenten? Nee hoor, die liggen in kisten onder de grond, 2 meter diep. Dat is gereglementeerd. Vroeger begroef men soms mensen veel te ondiep, 30 cm

bijvoorbeeld. Honden en andere dieren konden makkelijk armen en benen omhooghalen. Stel je voor, een hond met de voet van oma.

(of met haar tanden)

Hoe komt hier nu zo’n heuvel? De heuvel komt door de wind, en niet, zoals mijn vader ooit zei, door de ‘mannen van de stad’. Héél heel lang geleden, ruim 10 000 jaar, in de prehistorie dus, was hier een zéér koude tijd, de IJStijd. Er waren geen bomen, geen struiken, nauwelijks gras; het zand waaide rond in de wind. Op sommige plaatsen ontstonden zandheuvels, dat noemen we rivierduinen, omdat het zand in rivieren lag. De Krekelberg bij het Heilig Hart is zo eentje, en deze dus ook. De Kapelleberg is de mooiste. In 1846 is de eerste dode hier begraven, een jongeman. Nu liggen er duizenden mensen. De oudste graven zijn echte monumenten, die mag je niet meer afbreken. Ze zijn beschermd.

Vreemd dat er op veel graven Franse namen staan. Franse zinnen, zoals ‘sépulture’. Dat komt doordat Gentenaars vroeger graag uitkwamen met hun kennis van het Frans. Ze voelden zich bourgeois, burgers. Ik heb familie die Frans probeerde te spreken, maar ze konden het niet. Dus spraken ze Frans met haar op. Dat betekent: Frans en Gents door elkaar.

Frans met haar op!

Boven op de top lag een grafkelder open. Zo kon iedereen zien hoe het hier werkt: een kelder waarin je makkelijk tien doodskisten bij elkaar kan stapelen. Griezelig is dat. We konden een kist zien staan in een groot graf.

In verband met Plastische Opvoeding is hier ook veel te beleven. De blaadjes krijgen alle kleuren en liggen bij elkaar gewaaid tussen die mooie oude stenen. Het mos is beschenen door de zon. Je kan hier prachtige foto’s nemen. Sommige van de foto’s staan bij dit artikel. Andere foto’s komen op onze website.

Ik ben tevreden over de meeste leerlingen. Ze hebben goed geluisterd naar die vele verhalen van meneer Dhoore. Zoveel, dat we ons moesten haasten om tegen kwart voor één op school te zijn.

Meneer Dhoore

Foto’s